Sanne2

Woordpakket oefenen

Lesidee van Sanne van Vugt · Primair onderwijs · Meer details
Categorieën
Doelgroep
Individueel, Groep
Type
Oefening, Klassikale toetsing, Toetsing op eigen tempo
Lesidee van
Gemaakt op
08 mei 2013

Op de flashcards worden de woorden uit het woordpakket van die week goed danwel fout geschreven. Kinderen bedenken of het goed of fout geschreven is (spellingsmoeilijkheden kunnen hierbij benadrukt worden). Handig om voorafgaand aan het dictee (klassikaal of individueel) te oefenen.

Opdracht

- Projecteer de app, wanneer klassikaal gebruik verkozen wordt, op het digibord.
- Laat de kinderen het flitswoord op het digibord bestuderen en laat hen (eventueel in tweetallen) de juiste schrijfwijze noteren op papier (is het woord op het digibord juist of onjuist geschreven?)
- Laat de kinderen zien of het woord goed of fout was en laat hen controleren of zij het juist genoteerd hebben.
- Laat de kinderen hun woord (mogelijk) verbeteren.
- Projecteer de volgende flashcard op het digibord en herhaal het proces.
- Hoeveel woorden had je goed?

Indien de oefening (mogelijk als herhaling) voor 1 of 2 kinderen bestemd is kan het kind zelfstandig de flashcards doorlopen en de genoteerde woorden inleveren (in dit geval de oefening op de computer/het tablet laten uitvoeren).

Leerdoel

Kerndoel 11
De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen in een zin het onderwerp, het werkwoordelijk gezegde en delen van dat gezegde onderscheiden. De leerlingen kennen: regels voor het spellen van werkwoorden, regels voor het spellen van andere woorden dan werkwoorden, regels voor het gebruik van leestekens.

Het trainen en toetsen van woordpakketten bij het vak spelling staat centraal bij de huidige opdracht. Tussendoelen behorend bij woordpakketten (getoetst als dictee) zijn op een ideale manier te oefenen volgens deze app. Kinderen krijgen directe feedback en worden gedwongen hun eigen schrijfwijze te controleren.

Voorwaarden

  • Kennis van de app en bediening ervan; invoering van het woordpakket in de app
  • Kinderen moeten voorafgaand aan de opdracht geoefend hebben met het woordpakket (bijvoorbeeld in het werkboek)

Stappenplan

  1. Zorg dat aan alle voorwaarden voldaan is
  2. Bespreek de opdracht met de leerlingen of geef hen een opdrachtbeschrijving
  3. Toon 1 voor 1 de flashcards met de betreffende woordpakketwoorden
  4. Laat kinderen de juiste schrijfwijze bedenken en noteren (is het goed/fout geschreven zoals weergegeven op het digibord?)
  5. Laat de kinderen zien of het woord goed/fout weergegeven werd, met de juiste schrijfwijze
  6. Herhaal (indien nodig) de bijbehorende spellingsregel

Tip voor thuis

Het woordpakket dat centraal staat kan tevens thuis geoefend worden.

Reageer op dit lesidee

Wil je reageren? Log in of meld je aan.

Wees niet verlegen

Schrijf de eerste reactie en laat Sanne weten wat je van dit lesidee vindt.